De “Star” is Nederlands

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Nederlandse “star” maakt furore in Lübeck

Hanzestad Lübeck zette het Theater Liebreiz van de Nederlander Reinier Haenen met een opvallend artikel in de nieuwste toeristische uitgave van deze wereld-erfgoed stad. Het magazine wijdde dit keer prominent aandacht aan bijzondere mensen in de stad die zorgen voor aparte vakantie ervaringen. Het zijn belevenissen die normaal alleen maar weggelegd zijn voor “ingewijden

Rijdend Theater

Reinier Haenen, (geboren in Valkenburg) bouwde verleden jaar een mobiel theater met 36 zitplaatsen. Het theater werd al bespeeld door top musici en kleinkunstenaars, maar het is vooral de thuisbasis voor “Hertha Ottilie uit Amsterdam”, een chansonnette die in de Hanzestad ( Hansestadt) en in luxe badplaatsen langs de Oostzee furore maakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Magazine:
met Hertha belandde
traditionele Lübeck
in de 21ste eeuw

Het bijzondere karakter van Hertha’s shows, laat zien, aldus het magazine, dat ook Lübeck, de stad die stijf staat van oude tradities, toch ook in de 21ste eeuw is beland. Hertha’s optredens zijn een mix vanTravestie de Luxe, gekenmerkt door een superbe performance en ontroerende, rake, onderhoudende Franse, Duitse, Nederlandse en cabareteske songs.

De show komt geweldig goed tot z’n recht in de intieme sfeer van het rijdende mini-theater, maar Hertha weet ook zalen met honderden mensen te enthousiasmeren. Tijdens de kerstmarkt stond het theater, omgeven door een woud van kerstbomen voor de majestueuze Kathedraal van Lübeck. TeeVee Het Noorden noemde Hertha’s show het beste wat er te beleven viel.

P3060416

De stad aan de Trave telt rond de 26 grote en kleinere theaters. Reinier was enorm verrast dat juist zijn theater, vrijwel als enige, zoveel aandacht krijgt. Dat Lübeck zoveel ziet in het Theater Liebreiz, blijkt ook uit mooie subsidies waarmee stichtingen hem ondersteunden om zijn droom, een rijdend theater, te kunnen verwezenlijken.

Net als Valkenburg is ook Lübeck een stad die voor een groot deel leeft van toerisme en beide steden hebben hun wortels in de middeleeuwen. Dat maakt zowel Valkenburg als Lübeck zo bijzonder.

Het nieuwe toeristische magazine van Lübeck is ook als kijkboek erg interessant door zijn foto’s, gemaakt door bekende professionele fotografen. Maar ook de teksten zijn spannend en met liefde geschreven.

P3060424

LTM Lübeck ( Lübeck Marketing) presenteerde het nieuwe magazine, dat twee jaar moet meegaan, in een hele bijzondere omgeving: een onderkomen waar pelgrims op weg naar Compostella al logeerden in1350. Bij de restauratie kwamen schilderingen uit die tijd te voorschijn. Ontroerend mooi.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Echt vuur in de keuken

Echt vuur in de keuken

Ik werkte zestien jaar lang met “echt” vuur in de keuken.
Daarvoor keek ik met jaloerse ogen naar pizza ovens
die met hout werden gestookt en open haarden met
indrukwekkende ijzeren gril attributen.  In oude kastelen kon ik
lang mijmeren in  de hoge keukens met hun imposante schouwen
waarin hele herten geroosterd konden worden.
Dat waren pas keukens. Ik zag de vlammen hoog oplaaien in de schouw.
Ik rook de kruidige soepen die in zware gietijzeren potten hingen te trekken boven het smeulende vuur van berken of eiken. Dat voelt robuust en authentiek aan.

De eerste keer dat ik de kans kreeg om met vuur te spelen was in Bordeaux
bij het kasteel Carcanieux.  Mijn Marjolijn en ik maakten daar een complete oogst mee en we kookten meteen voor de plukkers. Dat was een prachtige ploeg van stoere Fransen en
kleurige zigeuners met hun bloedmooie vrouwen en meisjes.  Onze twee kleine kinderen werden door die prachtige meiden kompleet vertroeteld.

Naast het kasteel groef ik een lange gleuf in de grond, wel tien meter lang, legde daar droge twijgen uit de wijngaard  in en daar overheen kwamen de roosters waarop ik later flinke stukken rundergebraad zou plaatsten.  Het vuur van de twijgen was intens heet. Vooral de uiteinden gloeiden  alsof ze zo uit de hel kwamen. Dat geweld liet ik uitrazen tot er een zacht gloeiende “braise” ontstond. De Fransen hebben een prachtige omschrijving voor de manier van roosteren die ik hier wilde toepassen: rôtir à côté du braise de bois.

In en rond de wijngaard had ik wilde kruiden geplukt. Daarmee ,en met veel knoflook, wreef ik de flinke stukken  vlees in  en bestak het gebraad met wilde tijm en rozemarijn.  Meer dan olijfolie gebruikte ik niet. Boter, hadden de plukkers me al laten weten,  was strikt verboden.  Geen Hollandse fratsen hier op Carcanieux.

Nu was het vooral zaak om het vlees echt zachtjes, slow zouden we nu zeggen, te garen. Dat lukte wonderwel en het was een crime om er niet eerder aan te komen dan op het moment dat de zachte gloed, het vlees echt heerlijk “gerijpt” had.  Onze reputatie als cuisiniers kon niet meer stuk.

Ik had zelf ook nog nooit zo’n heerlijk geroosterd vlees geproefd. Het was mijn eerste experiment met langzaam garen. Lag dat schitterende resultaat aan het hout, lag het aan de twijgen of lag het aan een combinatie van zachtjes garen samen met heerlijke kruiden?

 

 

Mi-cuit en dierenplezier

Mi-cuit wil zeggen dat we een stukje vlees of vis maar aan één kant bakken.  Een “mi-cuit” slaagt alleen als je de allerbeste kwaliteit gebruikt.

Ik bak een mi-cuit van de rib-eye van La Bleue des Prés. Een Waals rund dat altijd op de wei staat. Gras geeft gewoon de beste kwaliteit vlees, zorgt voor meervoudig onverzadigde vetten, voor een grote malsheid en heel veel smaak. “Mi-cuit en dierenplezier” verder lezen