Naamloos

Sombere hoop

terwijl ik op de radio
hoorde over het staakt het vuren
keek ik naar buiten
en zag bloesem
fel wit oplichten in de morgen zon

ik voelde zachtjes
een sprankje hoop
in mij opbloeien

tegelijk voorspelden
somber zwarte contouren
van twee bomem
die het wit gevangen hielden
niets goeds

het was alsof de schaduw van het kwaad
het sprankje hoop verduisterde